Zorginstellingen zijn vanaf 1-1-2018 zelf verantwoordelijk voor de antistollingsbehandeling van cliënten, die zorg op grond van de Wlz ontvangen. Het betreft alleen de Wlz-cliënten die verblijven in een Wlz-instelling en ook specifieke behandeling ontvangen door dezelfde instelling.

Zij kunnen de trombosedienst vragen om in hun plaats de antistollingsbehandeling uit te voeren. Zorginstelling en trombosedienst maken hierover financiële afspraken en de trombosedienst stuurt voor deze cliënten een factuur naar de zorginstelling.

Het hele proces rond de Wlz roept bij de betrokkenen (trombosediensten en zorginstellingen) verschillende vragen op die wij in deze notitie proberen te beantwoorden. Let wel, het gaat om complexe materie, hier worden alleen de hoofdlijnen uiteengezet.

1.      Welke trombosezorg[1] valt vanaf 2018 onder Wlz?

Eenvoudig gezegd betreft het de trombosezorg voor cliënten die verblijven in een Wlz-instelling en daar behandeld worden door een Specialist Ouderengeneeskunde, Arts voor Verstandelijk Gehandicapten (AVG), psycholoog, basisarts, huisarts, of anderszins. De behandelaren zijn vaak in dienst van de instelling of worden ingehuurd door de betreffende Wlz-instellingen. De cliënten betalen dus niet meer zelf de woonlasten maar zijn, meestal langdurig, opgenomen in een instelling. Het betreft vaak cliënten die zijn opgenomen in een verpleeghuis, intramurale instelling voor gehandicaptenzorg of een instelling die langdurige psychiatrische zorg verleent. Deze instellingen declareren dan de Wlz-prestatie ‘zzp-inclusief behandeling’ per verblijfsdag bij het zorgkantoor.

De trombosezorg voor cliënten die zorg krijgen op grond van de Wlz (begeleiding, verpleging, dagbesteding) maar die zelf nog de woonlasten betalen omdat ze thuis woonachtig zijn of die verblijven in een instelling waar geen behandelaars in dienst zijn (zoals het verzorgingshuis), wordt nog wel op grond van de zorgverzekeringswet vergoed in 2018. Deze cliënten beschikken vaak ook over een eigen huisarts die vergoed wordt vanuit de zorgverzekeringswet.

2.      Hoe hoog is de vergoeding die wordt gegeven voor de antistollingsbehandeling?

Niet alle cliënten die onder de Wlz vallen, hebben een antistollingsbehandeling. Omdat het lastig is om de vergoeding te berekenen voor de – steeds wisselende – groep antistollingscliënten, wordt de vergoeding van alle Wlz-cliënten verhoogd. Hiermee kunnen de extra kosten van de antistollingsbehandeling van een deel van de Wlz-cliënten worden vergoed.

In het voorjaar van  2017 was door de NZa berekend dat ten behoeve van de antistollingsbehandeling, de vergoeding van de Wlz-cliënten omhoog zou moeten gaan met een bedrag van € 0,01 tot € 0,03 per dag. Veel verpleeghuizen en trombosediensten constateerden echter dat deze berekening niet juist kon zijn en dat de werkelijke kosten veel hoger liggen. Op basis van het cijfermateriaal dat was aangeleverd door Portavita, ontstond de indruk dat bij de initiële raming het aantal trombosecliënten in een verpleeghuis te laag was ingeschat. Dat was voor de NZa aanleiding om aanvullend onderzoek te doen. Hieruit is inderdaad gebleken dat de eerder berekende tariefophoging ontoereikend was.

De vergoeding van Wlz-cliënten is opnieuw berekend en de aangepaste tarieven zijn ingegaan per 1-1-2018. De hoogte van de vergoeding voor de antistollingsbehandeling hangt samen met de zorgzwaarte van de patiënt. In onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven:

 

Bij Wlz-spoedzorg betreft het cliënten die thuis woonachtig zijn maar  voor wie een onmiddellijke noodzaak tot opname in een verpleeghuis bestaat.

Om een beeld te krijgen van de totale vergoeding per categorie per dag, is een overzicht daarvan opgenomen in bijlage 1.

3.      Hoe organiseer ik als trombosedienst de financiële afhandeling voor de Wlz-cliënten?

Over dit onderwerp heeft Portavita een aparte notitie geschreven, die u hier vindt.

Bijlage 1

Uit: Beleidsregel BR/REG-18143c van de Nederlandse Zorgautoriteit
Tarieven zorgzwaartepakketten 2018
Verpleging en verzorging (vv)


[1] Binnen de Wlz-regelgeving wordt de term ‘trombosezorg’ gebruikt, binnen Portavita gebruiken we voor hetzelfde begrip ‘antistollingszorg’. In dit document worden beide termen door elkaar gebruikt.