Antistollingspatiënten die verblijven in zorginstellingen worden vaak nog geprikt door de trombosedienst. Inmiddels zijn veel zorginstellingen – ook als zij eerder zelf de INR en/of de dosering bepaalden - overgestapt op Near-Patient Testing. Bij Near-Patient Testing is de trombosedienst eindverantwoordelijk voor de behandeling, terwijl het prikken is uitbesteed aan de zorginstelling. In toenemende mate worden dergelijke samenwerkingsafspraken ook gemaakt met thuiszorgorganisaties: de thuiszorgmedewerker die toch al bij de patiënt thuis komt, neemt het prikken voor haar rekening. In alle gevallen bepaalt de trombosedienst de dosering en declareert een tarief bij de individuele ziektekostenverzekering van de patiënt. Een deel van dit tarief vloeit als vergoeding terug naar de zorginstelling. Resultaat: de kwaliteit van behandeling verbetert aanzienlijk en de zorginstelling ontvangt voor haar inspanningen een financiële vergoeding van de trombosedienst.