Portavita Antistolling ondersteunt de behandeling van antistollingspatiënten en is ontworpen om alle ketenpartners die betrokken zijn in de antistollingsbehandeling met één dossier te ondersteunen.

Met behulp van de autorisatiemodule bepaalt de trombosedienst welke ketenpartners toegang krijgen tot de patiëntdossiers en met welke bevoegdheden.

Portavita heeft een toegang gerealiseerd voor patiënt, zorginstelling, thuiszorg, huisarts, apotheek en ziekenhuisspecialist. Deze ketenpartners kunnen met behulp van een Single Sign-On vanuit hun eigen ICT-systeem doorklikken naar het antistollingsdossier in Portavita.

Eén van de bijzonderheden van het Portavita KIS is het patiëntenportaal, het zogenaamde Digitaal Logboek. Patiënten kunnen van hun behandelaar toegang krijgen tot het dossier en middels deze toegang communiceren met de trombosedienst.

Om de gebruikersvriendelijkheid van het KIS optimaal te houden, heeft Portavita een gebruikersgroep en consumentenpanel als gesprekspartner om nieuwe ontwikkelingen te bespreken.

Portavita heeft meer dan 10 jaar ervaring in implementatie en ondersteuning van trombosediensten. Alle (nieuwe) gebruikers ontvangen een uitgebreid ondersteuningspakket, bestaande uit een implementatieplan, dataconversie vanuit diverse bronsystemen, koppelingen met ZIS, LIS, routeplanning- en archiveringssystemen, ondersteuning door het servicecenter en trainingen aan gebruikers.

Portavita Antistolling – Regulier ondersteunt het primaire proces van de trombosedienst.

Dit proces betreft de behandeling van antistollingspatiënten die op een prikpost komen of bij wie de trombosedienst thuis langs komt. Bij deze patiënten wordt veneus bloed afgenomen waarna de trombosedienst op basis van de INR (stollingsfactor) een doseeradvies genereert.

Portavita Antistolling – Regulier kan door middel van HL7 koppelingen communiceren met Ziekenhuis Informatie Systemen en Laboratorium Informatie Systemen.

Portavita Antistolling – Zelfmanagement (ZM) ondersteunt de communicatie tussen de patiënt die zelf op afstand een INR meet en zichzelf doseert, en de trombosedienst.

Portavita levert hiervoor het Digitaal Logboek: de patiënttoegang van Portavita met behulp waarvan de patiënt zelf data kan invoeren en berichten kan uitwisselen met de trombosedienst

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw Trombosedienst.

Cees de Graaff vertelt over trombose en het zelfmeten- en doseren (in het kader van zijn antistollingsbehandeling).

Portavita Antistolling – Near-Patient Testing  (NPT) faciliteert de samenwerking tussen de trombosedienst en zorginstellingen. Medewerkers van de zorginstelling meten de INR van een patiënt met behulp van een apparaat, terwijl de trombosedienst doseert.

De communicatie tussen de zorginstelling en de trombosedienst vindt plaats via het Portavita KIS. De zorginstelling ontvangt voor haar activiteiten een vergoeding van de trombosedienst. Zo ontstaat een ideale samenwerking in de keten.

De voordelen van deze werkwijze zijn divers:

  • De organisatie bepaalt zelf het tijdstip waarop de patiënten worden geprikt
  • Bij een afwijkende INR kan de zorgverlener eenvoudig navraag doen op de afdeling naar een mogelijke oorzaak
  • Een vingerprik is voor de cliënt prettiger dan een veneuze bloedafname
  • De doseerbrieven kunnen steeds opnieuw worden uitgeprint, zoekraken behoort tot het verleden
  • De getrainde medewerkers van de zorginstelling vergroten hun kennis over de trombosebehandeling
  • Door de gezamenlijke behandeling verbeteren de contacten tussen zorginstelling en trombosedienst, hetgeen de behandeling ten goede komt
  • Ook in de avond en in het weekend kan zo nodig een INR worden geprikt.
  • De doseerbrieven zijn beschikbaar op de dag van controle in plaats van de dag na de controle

Andere bronnen:

De NZa heeft met ingang van 1 januari 2012 een tarief vastgesteld voor Near-Patient Testing dat te gebruiken is door zelfstandige trombosediensten. Het tarief voor ziekenhuistrombosediensten is in ontwikkeling.

Portavita Antistolling – NOAC ondersteunt de behandeling van patiënten die de nieuwe orale anticoagulantia (NOAC) gebruiken. Het NOAC-dossier omvat het periodiek volgen van CHA2DS2-VASc/HASBLED-scores.

Daarnaast is het ook mogelijk om gebruik te maken van een evaluatieformulier, waarbij complicaties en zaken als comfort, veiligheid en therapietrouw kunnen worden geregistreerd.  

Voordelen:

  • Alle details van de antistollingsbehandeling, waaronder de historische en de huidige gegevens, zijn zichtbaar in het patiëntendossier.
  • Portavita geeft de mogelijkheid om diverse managementrapportages te genereren.
  • Alle relevante informatie kan worden gedeeld met andere zorgverleners die hiertoe geautoriseerd zijn.

Portavita en TVOsolutions zijn een samenwerking aangegaan voor het inzetten van een e-learning portfolio, die aan trombosediensten wordt aangeboden.

Trombosediensten besteden veel tijd aan kennisoverdracht aan ketenpartners. Patiënten die starten met zelfmeten hebben behoefte aan inzicht over de antistollingbehandeling en het gebruik van de zelfmeetapparatuur of het doseren.

Bij de samenwerking met zorginstellingen en thuiszorg, het Near-Patient Testing, dienen de medewerkers van deze organisaties kennis te vergaren over de behandeling en de Point-of-care apparatuur. Met het aanbod van de e-learningcursussen bent u als trombosedienst in staat om per patiënt en zorgverlener maatwerk te leveren met het aanbod van een e-learningcursus of een klassikale training.

Deze leeromgeving wordt via www.portavita-academy.nl ontsloten, en biedt u de volgende cursusmogelijkheden:

Voor de client/patiënt:

  • Basiskennis antistollingsbehandeling voor patiënten
  • Meten met de CoaguChek® XS voor de patiënt
  • Zelfdoseren acenocoumarol
  • Zelfdoseren fenprocoumon

Voor de zorgverlener:

  • Basiskennis antistollingsbehandeling voor medewerkers
  • Meten met de CoaguChek® XS voor zorgmedewerkers
  • Meten met de CoaguChek® XS Pro voor zorgmedewerkers

Alle e-learingcursussen voor de zorgverlener zijn geaccrediteerd door: Accreditatiebureau Kwaliteitsregister V&V en Register Zorgprofessionals.